Uitspraak
Onderzoek van de zaak
26 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Tenlastelegging
zij in of omstreeks de periode 20 november 2017 tot en met 21 november 2017 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning gelegen aan de [adres 2])
zij in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 21 november 2017 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten brandwonden en/of een geperforeerde long en/of een fractuur van de halswervel en/of meerdere, althans een gebroken rib(ben), twee, althans een schedelbasisfractu(u)r(en) en/of een gebroken [benadeelde 2] en/of een (diepe) hoofdwond heeft toegebracht door
zij in of omstreeks de periode van 20 november tot en met 21 november 2017 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte(n) voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet
subsidiair
zij in of omstreeks de periode van 20 november tot en met 21 november 2017 te Andijk, gemeente Medemblik, tezamen en in vereniging, althans alleen, [benadeelde 2] heeft mishandeld door