Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.Zij oefenen gezamenlijk het gezag uit over [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de vrouw.
Gerechtshof Amsterdam
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem het recht op contact met zijn zoon voor onbepaalde tijd ontzegde en het verzoek tot contactherstel en zorgregeling afwees.
De zoon, bijna 16 jaar, woont bij de moeder en wenst voorlopig geen contact met zijn vader vanwege de gespannen en vijandige relatie tussen de ouders. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming bevestigen dat het kind onvoldoende draagvlak heeft voor omgang en dat de verstoorde communicatie tussen ouders het contact belemmert.
Het hof stelt dat het belang van het kind voorop staat en dat het forceren van contact in deze omstandigheden contraproductief is. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vader af, met het oog op het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot herstel van omgang met zijn zoon af en bekrachtigt de beschikking die het contactrecht ontzegt.