ECLI:NL:GHAMS:2021:1816
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen gerechtsdeurwaarder over onrechtmatige beslaglegging en toepassing beslagvrije voet
Klager werd in 2003 en 2005 veroordeeld tot betaling van geldbedragen, waarna in 2015 vonnissen aan hem werden betekend en diverse beslagen werden gelegd. Klager stelde dat de gerechtsdeurwaarder wist dat zijn inkomen onder de beslagvrije voet lag en verwijt onrechtmatige beslagen en weigering tot terugbetaling van onrechtmatig geïncasseerde bedragen.
In hoger beroep oordeelde het hof dat de klacht over onrechtmatige beslagen ongegrond is, mede omdat klager zijn financiële situatie niet tijdig had gemeld. De klacht over de renteberekening werd ongegrond verklaard omdat de gerechtsdeurwaarder een specificatie had verstrekt en verjaring niet onder tuchtrecht valt. Wel werd vastgesteld dat bij beslaglegging onder een derde de beslagvrije voet onjuist op nihil was gesteld, wat een ernstig tuchtrechtelijk verwijt opleverde.
Het hof bevestigde de berisping opgelegd door de kamer en vernietigde de bestreden beslissing behalve de maatregel en kostenveroordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep opgelegd vanwege bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Klacht deels gegrond verklaard, berisping bevestigd, geen kostenveroordeling in hoger beroep opgelegd.