ECLI:NL:GHAMS:2021:1848
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in hogerberoepsprocedure Belastingdienst
In de hogerberoepsprocedure tussen verzoeker en de inspecteur van de Belastingdienst diende op 11 januari 2021 een wrakingsverzoek tegen drie raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam. Verzoeker stelde dat de raadsheren onpartijdig waren omdat zij in eerdere procedures tegen hem hadden geoordeeld.
De raadsheren gaven een schriftelijke reactie waarin zij het wrakingsverzoek afwezen. De mondelinge behandeling vond plaats op 9 februari 2021 via een videoverbinding vanwege COVID-19 maatregelen. De inspecteur en de raadsheren waren niet aanwezig.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die de onpartijdigheid aantasten. Het enkele feit dat de raadsheren eerder tegen verzoeker hadden geoordeeld, is volgens vaste rechtspraak geen reden voor wraking. Ook het overige aangevoerde leidde niet tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid.
Voor zover het verzoek betrekking had op de rechterlijke macht of de rechtsstaat in het algemeen, werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat de wrakingsprocedure dit niet toestaat. Het verzoek tot wraking werd afgewezen en dit vonnis werd op 17 februari 2021 uitgesproken en gepubliceerd.
Uitkomst: Verzoek tot wraking afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard voor het deel dat betrekking heeft op de rechterlijke macht.