Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[de man] ,
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2004 gehuwd en hun huwelijk is op 12 maart 2021 ontbonden. De rechtbank had bepaald dat de vrouw €600 per maand aan partneralimentatie aan de man moet betalen, uitvoerbaar bij voorraad.
De vrouw verzocht het hof om schorsing van de tenuitvoerlegging van de partneralimentatie wegens haar toegenomen woonlasten en de negatieve gevolgen daarvan voor haar financiële en medische situatie. De man, vertegenwoordigd door zijn curator, verzette zich hiertegen en stelde dat de vrouw geen actuele gegevens over haar draagkracht had verstrekt.
Het hof overwoog dat de vrouw sinds 1 maart 2021 woonlasten heeft van €618 per maand, terwijl de rechtbank bij de draagkrachtberekening geen rekening had gehouden met woonlasten. Het hof herzag de draagkracht en kwam uit op een partneralimentatie van €354 per maand. De schorsing van het meerdere boven dit bedrag werd toegewezen omdat onverkorte tenuitvoerlegging de vrouw financieel in problemen zou brengen.
De curator werd formeel als procespartij erkend. Het hof wees het verzoek tot verdere schorsing af en bepaalde dat de schorsing geldt totdat in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de partneralimentatie boven €354 per maand wordt geschorst totdat in hoger beroep is beslist.