ECLI:NL:GHAMS:2021:2139

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
20 juli 2021
Zaaknummer
23-002645-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging tussentijdse beoordeling ISD-maatregel door gerechtshof Amsterdam

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2020, waarbij een ISD-maatregel (inrichting voor stelselmatige daders) was opgelegd aan de verdachte. De verdachte, die gedetineerd is in Penitentiaire Inrichting Zaanstad, stelde beroep in tegen dit vonnis.

Tijdens de terechtzitting van 2 april 2021 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdachte en zijn raadsman. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met de toevoeging dat uiterlijk twaalf maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden.

Daarnaast heeft het hof bepaald dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor deze tussentijdse beoordeling de rechtbank zal berichten over de noodzaak van voortzetting van de maatregel. De argumenten van de verdachte en zijn raadsman hebben niet geleid tot een andere beslissing dan de bevestiging van het vonnis.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 16 april 2021. Een van de rechters, mr. M.R. Cox, was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel binnen twaalf maanden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002645-20
datum uitspraak: 16 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 november 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 15-192395-20 en 15-123377-19 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof bepaalt dat uiterlijk twaalf maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ter terechtzitting van de rechtbank Noord-Holland een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden over de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Het hof bepaalt bovendien dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor dat tijdstip, de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Hetgeen de verdachte en de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht heeft het hof niet gebracht tot andere beslissingen en overwegingen dan hiervoor vermeld.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Bepaalt dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel na ommekomst van één jaar wordt getoetst.
Bepaalt dat het openbaar ministerie uiterlijk drie maanden voor dat tijdstip de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M.R. Cox,
in tegenwoordigheid van mr. W. Albers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2021.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest te mede ondertekenen.
=========================================================================
[…]