ECLI:NL:GHAMS:2021:2153
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na niet-ontvankelijkverklaring en voorlopige hechtenis
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand na een strafzaak die eindigde zonder oplegging van straf. De zaak betrof voorlopige hechtenis wegens een vermeende overtreding van artikel 231 Sr Pro.
Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk omdat verzoeker mogelijk onder de bescherming van het Vluchtelingenverdrag valt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verzoeker schuldig was. Verzoeker had echter pas laat aangegeven asiel te willen aanvragen, waardoor het hof oordeelde dat de detentie mede aan zijn eigen houding te wijten was.
Het hof matigde daarom de vergoeding en kende € 5100 toe voor de voorlopige hechtenis en € 680 voor de kosten rechtsbijstand. Het verzoek tot verdere vergoeding werd afgewezen. De beschikking werd op 29 juni 2021 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoeker krijgt gedeeltelijke vergoeding van € 5100 voor voorlopige hechtenis en € 680 voor rechtsbijstand toegekend.