ECLI:NL:HR:2013:BX5566
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 591a Sv bij sepot en art. 12 Sv-procedures zonder strafoplegging
De zaak betreft de uitleg van art. 591a, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) over de vergoeding van kosten van een raadsman aan een gewezen verdachte. De Hoge Raad beantwoordt de vraag of deze vergoeding ook kan worden toegekend bij een sepot of bij een art. 12 Sv Pro-procedure die eindigt zonder oplegging van straf of maatregel.
De Hoge Raad stelt dat onder het begrip 'zaak' in art. 591a Sv niet alleen de strafvervolging valt, maar ook de art. 12 Sv Pro-procedure, aangezien deze in rechtstreeks verband staat met de strafzaak. Ook wanneer een beklag niet gegrond wordt verklaard of gegrond wordt verklaard maar de strafzaak zonder strafoplegging eindigt, kan vergoeding van raadsman kosten worden toegekend.
De Hoge Raad benadrukt dat het toekennen van vergoeding afhankelijk is van een billijkheidsoordeel van de rechter, waarbij alle omstandigheden worden meegewogen. De wetgever heeft niet beoogd de vergoeding te beperken tot specifieke fases van het strafproces of tot een rechterlijke einduitspraak. De uitspraak bevestigt eerdere jurisprudentie en verduidelijkt dat ook kosten gemaakt in verband met de beklagprocedure onder art. 591a Sv kunnen vallen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Procureur-Generaal en bevestigt de bestreden beschikking waarbij vergoeding van raadsman kosten is toegekend aan de gewezen verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat vergoeding van raadsman kosten op grond van art. 591a Sv ook mogelijk is bij sepot en art. 12 Sv-procedures zonder strafoplegging, mits gronden van billijkheid aanwezig zijn.