In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het rijden onder invloed van cannabis op 29 november 2018 te Purmerend. De verdachte had een THC-gehalte van 13 microgram per liter bloed, hoger dan de wettelijke grenswaarde.
De advocaat-generaal stelde dat het bloedonderzoek volgens de wettelijke regels was uitgevoerd, waarbij de bloedmonsters binnen de vereiste termijn bij het laboratorium werden aangeleverd en onderzocht. De verdediging voerde aan dat het bloedmonster ongekoeld was bewaard en vervoerd, wat de betrouwbaarheid van het onderzoek aantastte en daarmee het bewijs onvoldoende was.
Het hof oordeelde dat de bewaartermijn van vijf dagen tussen bloedafname en ontvangst bij het laboratorium nog als 'zo spoedig mogelijk' kon worden beschouwd, mede vanwege een weekend waarin het laboratorium gesloten was. Het onderzoek vond binnen de wettelijke termijn plaats en de verdachte werd tijdig geïnformeerd over de uitslag en het recht op tegenonderzoek.
Op basis van deze feiten achtte het hof het bewezen dat de verdachte onder invloed van cannabis een voertuig bestuurde, kwalificeerde dit als overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en veroordeelde hem tot een geldboete van €850, te vervangen door 17 dagen hechtenis bij niet-betaling.