Betrokkene werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en diefstal. De politierechter legde een ontnemingsmaatregel van €31.758,- op aan betrokkene. In hoger beroep vorderde het openbaar ministerie een ontnemingsmaatregel van €31.757,-. Betrokkene stelde dat hij geen betrokkenheid had bij de hennepkwekerij en dat de ontnemingsrapportage op aannames was gebaseerd.
Het hof nam het BOOM-rapport en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt en concludeerde dat er voldoende aanwijzingen waren voor een eerdere oogst hennep. Dit leverde een wederrechtelijk verkregen voordeel op van €33.595,36, waartegenover kosten werden afgetrokken. Betrokkene had reeds €1.000,- betaald aan energiekosten, wat in mindering werd gebracht.
Het hof oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden en dat de ontnemingsmaatregel terecht was opgelegd. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof legde een ontnemingsmaatregel van €33.595,- op aan betrokkene. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 671 dagen.