ECLI:NL:GHAMS:2021:2249
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs vernieling autoruit
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd vrijgesproken van het vernielen van een autoruit op 1 maart 2018 te Amsterdam. De tenlastelegging betrof het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een ruit van een auto die toebehoorde aan de benadeelde partij.
Het openbaar ministerie stelde dat er voldoende wettig bewijs was, waaronder de verklaring van de aangeefster, en dat het mogelijk was om met een blote vuist een autoruit in te slaan. De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was en dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vond in ander bewijs.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat verdachte de vernieling had gepleegd. De aangifte van de benadeelde partij stond onvoldoende in verband met andere bewijsmiddelen. Daarom sprak het hof verdachte vrij en verklaarde de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk. De kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van vernieling van een autoruit.