ECLI:NL:GHAMS:2021:2405
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging
In deze zaak verzocht de belanghebbende om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand gemaakt in verband met een strafzaak en de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. De strafzaak was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en de advocaat-generaal heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
De advocaat-generaal stelde dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren voor vergoeding, mede omdat het eigen gedrag van verzoeker had bijgedragen aan de verdenking. Ook werden bepaalde uren betwist die betrekking hadden op arbeidsrechtelijke adviezen. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van verzoeker bij de politie niet leidde tot de conclusie dat de kosten aan hem te wijten waren en dat de arbeidsrechtelijke werkzaamheden in voldoende verband stonden met de strafzaak.
Het hof concludeerde dat er gronden van billijkheid waren voor vergoeding van de kosten rechtsbijstand ten bedrage van €14.544,20 voor de strafzaak en €550,00 voor de verzoekschriftprocedure. De totale vergoeding van €15.094,20 werd toegekend en de beschikking werd onverwijld betekend aan verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €15.094,20 toe voor kosten rechtsbijstand in de strafzaak en verzoekschriftprocedure.