ECLI:NL:GHAMS:2021:2438

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
000972-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

In deze zaak verzocht de verdachte om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het verzoek betrof een bedrag van €4.682,70 voor de strafzaak en €550,00 voor de verzoekschriftprocedure.

Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de raadsman van verzoeker. De verdachte zelf was niet aanwezig bij de raadkamerzitting. De raadsman had een fixed fee afgesproken, waardoor geen urenspecificatie beschikbaar was. Het hof overwoog dat ondanks het ontbreken van een urenspecificatie, toekenning van vergoeding op basis van billijkheid mogelijk is.

Het hof stelde vast dat de gevorderde kosten niet buitensporig hoog waren en dat gronden van billijkheid aanwezig waren om het volledige bedrag toe te kennen. De vergoeding van in totaal €5.232,70 werd toegewezen en de beschikking werd onverwijld betekend aan verzoeker.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €5.232,70 voor kosten rechtsbijstand toegekend.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000972-20 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002998-19
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. W. van Vliet,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 14 oktober 2020 ingekomen.
Op 9 april 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 mei 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.682,70;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 12 oktober 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De gewezen verdachte en zijn raadsman, mr. Van Vliet, hebben indertijd afgesproken dat in eerste aanleg en hoger beroep rechtsbijstand zou worden verleend voor een vooraf vastgesteld bedrag (
fixed fee). De raadsman heeft gelet op die gemaakte afspraakgeen tijd geschreven, zodat een urenspecificatie ontbreekt.
Het hof overweegt dat op zichzelf geen bezwaar bestaat tegen het verlenen van rechtsbijstand voor een vast bedrag. Ook in een dergelijk geval zal echter de beoordeling van het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 530 Sv Pro plaatsvinden naar billijkheid. Inzicht in de tijdsbesteding van de raadsman is daarvoor nagenoeg onontbeerlijk en het ontbreken daarvan kan tot het oordeel leiden dat (volledige) toewijzing van het verzoek niet billijk is. Volgens vaste rechtspraak van het hof kan bovendien gematigd worden indien de gevorderde kosten in het oog springend hoog zijn. In het onderhavige geval is daarvan niet gebleken, zodat het hof het verzoek thans zal toewijzen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 4.682,70.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 550,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 5.232,70 (vijfduizend tweehonderdtweeëndertig euro en zeventig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.P. van Heusden en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 juni 2021.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.232,70 (vijfduizend tweehonderdtweeëndertig euro en zeventig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 8 juni 2021,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter