ECLI:NL:GHAMS:2021:2440

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
000412-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot matiging en toekenning van vergoeding kosten rechtsbijstand en voorlopige hechtenis

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, alsmede kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure zelf.

De strafzaak eindigde zonder strafoplegging of toepassing van artikel 9a Sr. De voorlopige hechtenis duurde van 23 augustus 2016 tot 21 november 2016. Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van € 7.250 voor de verzekering en voorlopige hechtenis.

De kosten rechtsbijstand in de strafzaak worden afgewezen omdat verzoeker op toevoeging heeft geprocedeerd en deze kosten daaronder worden begrepen. Voor de kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure kent het hof een gematigde vergoeding toe van € 415, waarbij rekening is gehouden met de gelijktijdige behandeling van twee verzoekschriften.

Het hof wijst overige verzoeken af en beveelt de betaling van in totaal € 7.665 aan verzoeker.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van € 7.250 voor voorlopige hechtenis en € 415 voor kosten rechtsbijstand, wijst overige verzoeken af.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000412-21 (530 Sv) en 000413-21 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-003427-16
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1973,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K.H. Zonneveld,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 2 februari 2021 ingekomen.
Op 20 mei 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 mei 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van -het hof begrijpt- € 7.250,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 267,41;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 4 december 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
Verzoeker is op 23 augustus 2016 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 25 augustus 2016 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Verzoeker is op 21 november 2016 in vrijheid gesteld.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 7.250,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
In raadkamer is toegelicht dat de onder b verzochte kosten zijn gemaakt om de consequenties van de uitspraak in de strafzaak toe te lichten. Indien deze kosten al als kosten voor rechtsbijstand in de strafzaak moeten worden beschouwd is het hof van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat verzoeker op toevoeging heeft geprocedeerd en deze kosten worden geacht daaronder te zijn begrepen. Het verzoek moet in zoverre worden afgewezen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure. In het feit dat verzoeker twee verzoekschriften heeft ingediend die gelijktijdig in raadkamer zijn behandeld en die bovendien grotendeels gelijkluidend zijn, ziet het hof aanleiding de kosten van rechtsbijstand voor het toelichten van de verzoekschriften te matigen en wordt voor de twee verzoekschriften steeds de helft toegewezen van de forfaitaire vergoeding voor het toelichten. Het hof zal derhalve een bedrag toewijzen van € 280,00 voor het indienen en (€270/2) € 135,00 voor het toelichten van het verzoekschrift.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 7.250,00 (zevenduizend tweehonderdvijftig euro.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 415,00 (vierhonderdvijftien euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.P. van Heusden en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 juni 2021.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 7.665,00 (zevenduizend zeshonderdvijfenzestig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 8 juni 2021,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter