ECLI:NL:GHAMS:2021:2443
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding toegekend voor onrechtmatige voorlopige hechtenis na beroving met dodelijk gevolg
Appellant stelde een verzoek in tot vergoeding van schade en kosten geleden door voorlopige hechtenis en rechtsbijstand in een strafzaak waarin hij werd verdacht van een beroving met dodelijke afloop. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen in raadkamer, waarbij appellant niet verscheen.
De artikelen 530 en 533 Sv voorzien in vergoeding van kosten en schade bij zaken die eindigen zonder strafoplegging, mits gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het hof benadrukte dat de rechter bij het billijkheidsoordeel rekening houdt met de proceshouding van de verzoeker en de aard van de zaak, zonder de onschuldpresumptie te schenden.
In deze zaak had appellant in een telefoongesprek aan een derde toegegeven het feit te hebben gepleegd, wat de politie aanleiding gaf tot aanhouding. Gezien de ernst van het feit en de eigen schuld van appellant aan de situatie, oordeelde het hof dat slechts een beperkte vergoeding billijk was.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en kende appellant een vergoeding toe van €830, terwijl overige verzoeken werden afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 augustus 2021.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €830 toe wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis en wijst overige verzoeken af.