Klaagster, legataris in de nalatenschap van haar overleden partner, had onenigheid met de erfgenamen over de uitleg van het testament. Zij verzocht inzage in de gespreksaantekeningen die bij het opmaken van het testament waren gemaakt, maar de notarissen weigerden dit op grond van hun geheimhoudingsplicht.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht van klaagster ongegrond en wees het verzoek af. Klaagster ging in hoger beroep en voerde aan dat de geheimhoudingsplicht niet absoluut is en dat inzage in de aantekeningen meer duidelijkheid zou verschaffen over de reikwijdte van het gelegateerde recht van gebruik en bewoning.
Het hof bevestigde het oordeel van de kamer en overwoog dat de geheimhoudingsplicht van notarissen ook geldt voor gespreksaantekeningen. De vertrouwensrelatie tussen notaris en cliënt vereist dat dergelijke informatie niet aan derden wordt verstrekt, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dat noodzakelijk maken, welke hier niet zijn gesteld.
Daarmee bleef de weigering van de notarissen om inzage te verlenen in de aantekeningen in stand en werd de klacht ongegrond verklaard.