ECLI:NL:GHAMS:2021:252

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2021
Publicatiedatum
2 februari 2021
Zaaknummer
23-001107-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Tijdens de zitting gaf de raadsvrouw van verdachte aan dat verdachte geen bezwaren meer had tegen het vonnis en het hoger beroep niet kon intrekken.

De advocaat-generaal verzocht het hof om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof stelde vast dat er geen rechtens te respecteren belang was bij voortzetting van het hoger beroep.

Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het hoger beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001107-20
datum uitspraak: 14 januari 2021
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2020 in gevoegde strafzaken onder
de parketnummers 13-031772-20 en 13-067013-20, alsmede 05-038591-19 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 januari 2021.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde
hoger beroep onder toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 8 oktober 2020 aangevangen en geschorst.
Blijkens het e-mailbericht van de raadsvrouw van 12 januari 2021 heeft de verdachte de raadsvrouw aangegeven niet langer bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep te hebben. De raadsvrouw verzoekt, nu er niet langer grieven tegen het vonnis bestaan en het hoger beroep niet meer kan worden ingetrokken, de verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Gelet daarop en het gelijkluidende standpunt van de advocaat-generaal zal de verdachte - aangezien
ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak - gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. S. Clement, mr. V. Mul en mr. J.H.C. van Ginhoven, in tegenwoordigheid van
mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 14 januari 2021.