Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep in beide zaken
2.De feiten
3.De nadere motivering van de beslissing in beide zaken
- In de kerstvakantie 2021 en alle volgende oneven jaren zal [de minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de oma verblijven en de tweede week bij de vader. Gedurende de even jaren zal [de minderjarige] steeds de eerste week van de kerstvakantie bij de vader verblijven en de tweede week bij de oma.
- In de meivakantie (als deze twee weken duurt) zal [de minderjarige] steeds de eerste week bij de oma doorbrengen en de tweede week bij de vader.
- In de zomervakantie verblijft [de minderjarige] steeds de eerste twee weken van de zomervakantie bij de oma. De laatste vier weken verblijft [de minderjarige] bij de vader, met dien verstande dat voor zover de vader in die periode niet buiten [plaats B] op vakantie gaat, de reguliere omgangsregeling, waarbij [de minderjarige] om het weekend bij de oma verblijft, zijn doorgang blijft vinden.
6.Beslissing
- in de kerstvakantie 2021 en alle volgende oneven jaren zal [de minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de oma verblijven en de tweede week bij de vader, gedurende de even jaren zal [de minderjarige] steeds de eerste week van de kerstvakantie bij de vader verblijven en de tweede week bij de oma;
- in de meivakantie (als deze twee weken duurt) zal [de minderjarige] steeds de eerste week bij de oma doorbrengen en de tweede week bij de vader;
- in de zomervakantie verblijft [de minderjarige] steeds de eerste twee weken van de zomervakantie bij de oma, de laatste vier weken verblijft [de minderjarige] bij de vader, met dien verstande dat voor zover de vader in die periode niet buiten [plaats B] op vakantie gaat, de reguliere omgangsregeling, waarbij [de minderjarige] om het weekend bij de oma verblijft, zijn doorgang blijft vinden;