ECLI:NL:GHAMS:2021:2766

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 september 2021
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
23-003499-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs witwassen

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd, waarin verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen en andere feiten. Het hoger beroep was ingesteld door het Openbaar Ministerie, dat een gevangenisstraf van 30 maanden vorderde. Tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof het oordeel van de rechtbank overgenomen en de vrijspraak gehandhaafd.

De rechtbank had verdachte ook vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde, waarbij het hof heeft verduidelijkt dat dit betrekking had op witwassen. De raadsman van verdachte heeft zijn verweren naar voren gebracht, maar deze hebben niet geleid tot een ander oordeel door het hof.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit twee rechters die het arrest mede ondertekenden. De uitspraak werd gedaan op 24 september 2021 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003499-19
datum uitspraak: 24 september 2021
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 september 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-119050-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1987,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De rechtbank heeft de verdachte van het tenlastegelegde vrijgesproken.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot oplegging van een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest, en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank, zodat het hof zich verenigt met het vonnis waarvan beroep en dit derhalve zal bevestigen, met dien verstande dat, waar de rechtbank overweegt dat de verdachte eveneens wordt vrijgesproken van de subsidiair tenlastegelegde heling, het hof begrijpt dat de rechtbank hier het subsidiair tenlastegelegde witwassen heeft bedoeld, waarmee het zich verenigt.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M.L.M. van der Voet en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
24 september 2021.
Mr. M.F.J.M. de Werd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]