ECLI:NL:GHAMS:2021:2774
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding wegens onterecht voorarrest en voorlopige hechtenis afgewezen behalve forfaitaire vergoeding
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade als gevolg van zijn inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Hij vorderde een vergoeding van €139.720,00 voor de detentie, €25.000,00 voor verlies van een door hem geëxploiteerd bedrijf, €12.150,00 voor inkomstenderving en €680,00 voor kosten rechtsbijstand.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 534 Sv Pro een billijke vergoeding toekomt voor de geleden detentie. De advocaat van verzoeker had verzocht om een verdubbeling van de forfaitaire vergoeding vanwege bijzondere omstandigheden zoals het niet kunnen bezoeken van familie en het strenge detentieregime door corona, maar dit werd onvoldoende onderbouwd en afgewezen.
De gevorderde schadevergoeding wegens verlies van het bedrijf en inkomstenderving werd eveneens afgewezen omdat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs leverden van de gestelde schade. Wel werd een vergoeding van €680,00 voor de kosten van rechtsbijstand toegekend.
De totale toegekende vergoeding bedroeg €70.440,00, bestaande uit een forfaitaire vergoeding van €69.760,00 en de kosten rechtsbijstand. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 september 2021.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een forfaitaire schadevergoeding van €69.760 en €680 voor rechtsbijstand, overige schadevergoedingen worden afgewezen.