ECLI:NL:GHAMS:2021:2905
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging en ontzegging omgang na partnerdoding
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het ouderlijk gezag over zijn kinderen beëindigde en hem het recht op omgang ontzegde. De vader is veroordeeld voor doodslag op de moeder en is sinds december 2018 gedetineerd. De kinderen verblijven sinds juni 2019 in een pleeggezin en krijgen traumatherapie.
De vader verzocht om aanhouding van de zaak in afwachting van de strafzaak, maar het hof wees dit af vanwege het belang van de kinderen bij duidelijkheid over hun toekomst. Het hof oordeelde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat de vader niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg en opvoeding kan bieden. De aanvaardbare termijn is verstreken, ook als de vader binnenkort vrijkomt.
Het hof bevestigde dat het ontzeggen van het omgangsrecht gerechtvaardigd is omdat omgang nu in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De kinderen hebben aangegeven geen omgang te willen en zijn bezig met verwerking van het verlies van hun moeder. Contactherstel kan pas plaatsvinden wanneer de kinderen daartoe bereid zijn.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarmee het gezag wordt beëindigd en het omgangsrecht voor twee jaren wordt ontzegd, met de GI als voogd en het pleeggezin als stabiele opvoedsituatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag en de ontzegging van het omgangsrecht van de vader.