Uitspraak
1.Het beklag
beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van belediging dan wel smaad(schrift).
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van belediging en smaad tegen beklaagde vanwege een tweet waarin beklaagde klager beschuldigde van racisme. Dit volgde op een publieke discussie over de mastertitel van een derde partij, waarbij klager onderzoek deed naar de authenticiteit van die titel en dit via sociale media besprak.
De officier van justitie besloot tot sepot, waarna klager beklag indiende. Het hof heeft het beklag behandeld en klager gehoord, terwijl beklaagde niet verscheen. De advocaat-generaal adviseerde het beklag af te wijzen.
Het hof overwoog dat hoewel de uitlatingen beledigend kunnen zijn, zij binnen het kader van het recht op vrijheid van meningsuiting vallen zoals beschermd door artikel 10 EVRM Pro. De uitingen waren onderdeel van een publiek debat en niet onnodig grievend. Ook het delict smaad(schrift) kon niet worden bewezen vanwege het ontbreken van een concreet verwijt.
Daarom acht het hof strafrechtelijke vervolging niet kansrijk en wijst het het beklag af, waarmee de beslissing van de officier van justitie tot sepot wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het sepot van de strafvervolging wegens belediging en smaad.