Het gerechtshof Amsterdam heeft op 15 september 2021 in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van geldbedragen ter waarde van € 14.419,40.
De verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 10 januari 2020 in Amsterdam geldbedragen te hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of gebruikt, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het tot een andere beslissing kwam.
Hoewel de omstandigheden waaronder het geld bij de verdachte werd aangetroffen het vermoeden van witwassen rechtvaardigden, oordeelde het hof dat op basis van de verklaring van de verdachte en de stukken die hij ter ondersteuning aanvoerde, niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de geldbedragen geen legale herkomst hadden. Het dossier bevatte onvoldoende bewijs om het tenlastegelegde te bewijzen.
Het hof sprak de verdachte vrij, verklaarde het tenlastegelegde niet bewezen en gelastte de teruggave van de in beslag genomen geldbedragen. Deze beslissing werd genomen na een openbare terechtzitting op 15 september 2021.