ECLI:NL:GHAMS:2021:2946
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling partneralimentatie na cassatie en verwijzing door Hoge Raad
Partijen zijn gescheiden en hebben twee kinderen. De man en vrouw zijn in geschil over de hoogte van de kinder- en partneralimentatie. De Hoge Raad vernietigde eerder een beschikking van het hof Den Haag en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De vrouw vordert een hogere partneralimentatie, terwijl de man verzoekt deze te verlagen en de alimentatie te limiteren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de vrouw sinds september 2019 in staat zou zijn te werken, ondanks een verklaring van arbeidsongeschiktheid. Ook was onvoldoende onderzocht of een terugbetalingsverplichting van de vrouw redelijk was.
Het hof Amsterdam stelt vast dat de kinderalimentatiebeslissing van het hof Den Haag kracht van gewijsde heeft en niet meer ter discussie staat. De partneralimentatie moet echter opnieuw worden beoordeeld, waarbij de vrouw sinds 1 juni 2019 niet langer behoeftig is. Het hof geeft partijen de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over inkomensgegevens en de terugbetalingsverplichting, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst verzoeken omtrent kinderalimentatie af en stelt partneralimentatie opnieuw vast na nadere schriftelijke toelichting van partijen.