ECLI:NL:GHAMS:2021:2948
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- G.J. Brands-Bottema
- M.F.G.H. Beckers
- J.M. van Baardewijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrage jongmeerderjarigen na ontbinding geregistreerd partnerschap
De vrouw en de man zijn in 2006 een geregistreerd partnerschap aangegaan dat in 2018 is ontbonden. Zij zijn ouders van drie kinderen die bij de vrouw wonen. In het ouderschapsplan is afgesproken dat de ouders naar rato van draagkracht bijdragen aan de kosten van de kinderen tot het jongste kind 21 jaar is.
De vrouw vordert een bijdrage van de man voor de kinderen over diverse perioden, waaronder na het bereiken van meerderjarigheid van de oudste twee kinderen. De man betwist de ontvankelijkheid en de hoogte van de bijdrage. Het hof oordeelt dat de vrouw ontvankelijk is, mede omdat de jongmeerderjarigen haar rechtsgeldig hebben gemachtigd.
Het hof stelt vast dat het verzoek een eerste vaststelling van bijdrage betreft. De vrouw heeft echter nagelaten de behoefte van de kinderen en haar eigen draagkracht voldoende te onderbouwen. De man heeft de behoefte betwist. De kinderen zijn jongmeerderjarig en studeren deels, maar de vrouw heeft dit niet met stukken onderbouwd.
Gezien het ontbreken van bewijs komt het hof niet toe aan de draagkracht van de man en wijst het verzoek af. De vrouw wordt niet veroordeeld in de proceskosten vanwege het niet evident nodeloos instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot bijdrage voor de jongmeerderjarigen af wegens onvoldoende onderbouwing van behoefte en draagkracht.