ECLI:NL:GHAMS:2021:2959
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding: hoofdverblijfplaats kind, zorgregeling en verdeling gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 2010 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2020 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren. De hoofdverblijfplaats van het kind was bij de vader vastgesteld, met een zorgregeling waarbij het kind regelmatig bij de moeder verbleef. In hoger beroep verzochten partijen wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling, alsmede diverse aanpassingen in de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De vrouw verzocht de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen en de zorgregeling aan te passen naar een frequentie van eens per twee weken vanwege financiële beperkingen. De man verzocht afwijzing van deze verzoeken en bevestiging van de bestaande regeling. Het hof oordeelde dat de hoofdverblijfplaats bij de man blijft, gezien het belang van het kind bij stabiliteit en continuïteit. De zorgregeling werd echter gewijzigd naar eens per twee weken bij de moeder, met mogelijkheid tot uitbreiding bij onderling overleg.
Ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap van goederen werden diverse geschilpunten behandeld. Het hof bevestigde dat de vrouw € 20.050 aan de gemeenschap moet vergoeden, maar vernietigde de verplichting tot vergoeding van € 50.000, omdat zij aannemelijk had gemaakt dat dit bedrag was gebruikt voor aflossing van een schuld van de vof. De vrouw werd wel veroordeeld tot vergoeding van de afkoopsom van een polis van € 12.286,62. Verder werd een verrekening van € 350 ten gunste van de man vastgesteld voor de auto’s. Andere verzoeken, zoals inzage in bankafschriften en vergoeding van inboedel, werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en enkele financiële vergoedingen, bekrachtigt andere beslissingen en compenseert de proceskosten.