Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 3.407,-. Voor het resterende gedeelte ad € 12.672,- geldt een belastingpercentage van 37,1% (schijf 1b) en bedraagt de verschuldigde belasting € 4.701,-. Ook hier zal het hof uitgaan van een totale heffingskorting van € 683,-. Per saldo bedraagt de inkomstenbelasting (3.407 + 4.701 - 683=) € 7.425,-. Het netto inkomen van de man bedraagt dan (56.390 -/- 7.425 =) € 48.965,-, derhalve € 4.080,- per maand.
“M’n geld terug!!!, minimaal € 11.500, + rente van 6 jaar…Te betalen binnen 1 mnd!!!” Deze woordkeus (“M’n geld terug”) is eerder een bevestiging van het standpunt van de man dan dat van de vrouw. Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw dan ook onvoldoende onderbouwd dat zij na 1 april 2013 nog heeft bijgedragen aan het saldo op de en/of-rekening, van welke rekening de betalingen voor de OpbouwSpaarrekening plaatsvonden. De grief faalt.