ECLI:NL:GHAMS:2021:2974
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap na korte huwelijkssluiting
Partijen zijn in december 2018 gehuwd en het huwelijk is in februari 2021 ontbonden. De man voert een juridische strijd over zijn verblijfsvergunning en heeft gezondheidsproblemen. Hij verzoekt partneralimentatie en een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de auto en woning.
Het hof stelt vast dat de korte duur van het huwelijk de toepassing van de hofnorm voor alimentatie bemoeilijkt, en gaat uit van een behoefte van €1.052 netto per maand, met een aangepaste berekening voor Turkije. De man verblijft zonder verblijfsvergunning in Nederland en kan volgens het hof in Turkije in zijn levensonderhoud voorzien. Zijn gezondheidsproblemen zijn onvoldoende onderbouwd.
De man heeft onvoldoende bewijs geleverd voor het bestaan van een lening op 4 april 2019 en de vrouw is niet gehouden bij te dragen aan schulden na ontbinding van de gemeenschap. De auto en woning behoren tot het privévermogen van de vrouw. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het beroep van de man af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.