ECLI:NL:GHAMS:2021:2980
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling wegens onvermogen vermogensrechtelijke belangen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die onderbewindstelling heeft ingesteld over de goederen van de rechthebbende wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand. De bewindvoerder is Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van de Gezondheids- en Welzijnszorg, en het verzoek tot onderbewindstelling is gedaan door Cordaan, de instelling waar de rechthebbende verblijft.
De rechthebbende betwistte de bevoegdheid van Cordaan om het verzoek in te dienen en stelde dat zij haar financiële belangen zelf kan behartigen met enige hulp. Zij voerde aan dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad zich te verweren in eerste aanleg en dat haar psychische toestand geen onderbewindstelling rechtvaardigt. Cordaan en de bewindvoerder stelden daarentegen dat de rechthebbende haar financiën niet kan beheren, schulden heeft en bescherming nodig heeft tegen verdere verkwisting.
Het hof oordeelde dat Cordaan bevoegd was het verzoek in te dienen en dat de procedure in eerste aanleg niet onrechtmatig was verlopen. Uit het dossier bleek dat de rechthebbende lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en andere psychische aandoeningen, waardoor zij haar financiën niet adequaat kan beheren. De onderbewindstelling is noodzakelijk om verdere schulden te voorkomen. Het beroep op het recht op zelfbeschikking faalde omdat de maatregel wettelijk voorzien, proportioneel en noodzakelijk is.
Het hof wees het verzoek af om een andere bewindvoerder te benoemen en stelde vast dat de huidige bewindvoerder bereid is regelmatig contact te onderhouden. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en wijst het hoger beroep af.