ECLI:NL:GHAMS:2021:3019
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezamenlijk gezag over minderjarige ondanks verzoek tot eenhoofdig gezag
De zaak betreft een hoger beroep van de vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan haar werd afgewezen. De ouders oefenen sinds 2013 gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige dochter, die sinds 2019 bij haar oma moederszijde verblijft. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn door de kinderrechter verlengd en uitgevoerd door een gecertificeerde instelling.
De vrouw stelde dat de man zich dominant opstelt, niet bereikbaar is en zijn gezagsverplichtingen niet nakomt, waardoor het belang van het kind bij eenhoofdig gezag bij haar ligt. De man stelde dat het gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die een wijziging rechtvaardigen. Hij onderhoudt regelmatig contact met de minderjarige en is bereid zijn gezagsverplichtingen te vervullen.
De gecertificeerde instelling gaf aan een onderzoek te willen starten naar het toekomstige gezag, aangezien het opvoedperspectief bij de oma ligt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de beschikking te bekrachtigen, stellende dat beëindiging van het gezamenlijk gezag het probleem niet oplost en dat de man geen misbruik maakt van zijn gezag.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag vereist dat ouders in staat zijn gezamenlijke beslissingen te nemen zonder dat het kind klem raakt. Hoewel de communicatie tussen ouders niet optimaal is, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat voortzetting van gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico vormt. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de vrouw af, met het oog op het aanstaande onderzoek naar het gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af.