Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 5– is gericht tegen haar veroordeling tot betaling van een bedrag van € 783,15 netto met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Immers, de kantonrechter heeft op dit punt bij dictum een eind gemaakt aan enig deel van het door [geïntimeerde] verzochte, reden waarom deze beschikking in zoverre als een eindbeschikking is aan te merken. Het daartegen door IT City ingestelde hoger beroep is niet binnen drie maanden na 5 december 2019 ingesteld en daarom te laat. Echter, omdat [geïntimeerde] bij zijn verweerschrift inhoudelijk de juistheid van het door IT City bij grief 5 betoogde heeft erkend, zal het hof het voormelde bedrag in mindering brengen op hetgeen [geïntimeerde] (overigens) mocht toekomen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat [geïntimeerde] ter terechtzitting in hoger beroep met deze verrekening akkoord is gegaan.
grieven 1 en 6zijn gericht tegen enkele door de kantonrechter genomen processuele beslissingen, namelijk die tot het laten doorgaan van de zitting op 30 september 2019 en tot het niet toelaten van nadere bewijsstukken in de conclusies na enquête noch van een reactie door IT City op de conclusie na enquête van [geïntimeerde] .
voor zover nodig heeft ingestemd”.
grief 3betoogt IT City dat zij zowel het op 1 juli 2019 als het op 29 juli 2019 aan [geïntimeerde] gegeven ontslag op staande voet onder een verkeerde voorstelling van zaken – namelijk als gevolg van door [geïntimeerde] gepleegd bedrog – heeft ingetrokken.
grieven 7 tot en met 9houden in dat de kantonrechter in overweging 4 van de bestreden eindbeschikking ten onrechte heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] is geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat hij structureel vijftig uur per week (voor IT City) heeft gewerkt.
grief 10betoogt IT City dat de kantonrechter in de bestreden eindbeschikking ten onrechte een scheiding in de bewijsopdracht heeft aangebracht. Nu zij niet bewezen achtte dat [geïntimeerde] maandelijks een nettoloon van € 2.400,00 genoot, had de kantonrechter volgens IT City moeten oordelen dat [geïntimeerde] in zijn bewijsopdracht in het geheel niet was geslaagd. De grief faalt, omdat de (meerledige) bewijsopdracht zeer wel – op de wijze zoals de kantonrechter heeft gedaan – in onderdelen viel te splitsen.