ECLI:NL:GHAMS:2021:318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing gerechtsdeurwaarderskamer
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder en verzet aangetekend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die haar klacht als kennelijk niet-ontvankelijk had afgewezen. Het hof ontving het beroepschrift van klaagster, maar stelde vast dat een aanvullend beroepschrift niet tijdig was ingediend en liet dit buiten beschouwing.
De kamer had het verzet van klaagster ongegrond verklaard. Artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op verzet geen rechtsmiddel openstaat, tenzij een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Klaagster stelde geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel vast en het hof constateerde ook geen ambtshalve.
Daarom verklaarde het hof klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer. De zaak werd zonder mondelinge behandeling afgedaan. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 februari 2021.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.