Uitspraak
1.[toegevoegd gerechtsdeurwaarder 1] ,
[toegevoegd gerechtsdeurwaarder 2],
[ gerechtsdeurwaarder 3],
[gerechtsdeurwaarder 4],
[toegevoegd gerechtsdeurwaarder 5],
[toegevoegd gerechtsdeurwaarder 6],
Gerechtshof Amsterdam
Klager was in 2012 veroordeeld tot betaling aan zijn voormalige advocaat. In 2019 betekende een gerechtsdeurwaarder een herhaald bevel tot betaling en legden gerechtsdeurwaarders diverse beslagen ten laste van klager. Klager stelde dat de beschikking frauduleus tot stand was gekomen en dat de gerechtsdeurwaarders daardoor onrechtmatig handelden.
Het hof oordeelde dat gerechtsdeurwaarders slechts een marginale toetsing hoeven uit te voeren of een titel voldoende grond biedt voor executie en dat een diepgravend onderzoek niet van hen wordt verlangd. De beoordeling van vermeende fraude behoort aan de rechter toe. Verder was het leggen van meerdere beslagen toegestaan, mede gezien de omvang van de vordering en het beperkte resultaat van eerdere beslagen.
De klacht over het niet inhoudelijk reageren op brieven werd eveneens ongegrond verklaard, omdat de gerechtsdeurwaarders voldoende hadden gereageerd. Ook een administratieve fout bij verwerking van een betaling was niet ernstig genoeg voor tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kamer en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarders wordt ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.