ECLI:NL:GHAMS:2021:3271
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens te laat indienen appelschriftuur
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen het vonnis van de politierechter in strafzaken tegen verdachte. Het hoger beroep was ingesteld op 5 februari 2021, maar de appelschriftuur met de grieven werd pas op 23 februari 2021 ingediend, wat vier dagen te laat was volgens artikel 410, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze termijnoverschrijding. De advocaat-generaal verzocht het hof om ondanks de te late indiening ontvankelijkheid te verlenen, met als reden de coronacrisis en de lockdown perikelen.
Het hof oordeelde dat de coronasituatie geen rechtvaardiging bood voor de te late indiening, mede omdat het openbaar ministerie ruim een jaar na het uitbreken van de crisis voldoende had moeten anticiperen op tijdige indiening. Het belang van het hoger beroep woog niet zwaarder dan het belang van het verbinden van niet-ontvankelijkheid aan het verzuim. De benadeelde partijen waren door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard, zodat hun belangen niet zwaarder wogen.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 oktober 2021.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de appelschriftuur.