ECLI:NL:GHAMS:2021:3319

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2021
Publicatiedatum
3 november 2021
Zaaknummer
23-002168-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 92 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom met ontzegging rijbevoegdheid

Op 16 oktober 2020 heeft de verdachte een snelheidsovertreding begaan binnen de bebouwde kom te Amsterdam, waarbij de snelheid meer dan 100 km/u bedroeg. De kantonrechter veroordeelde de verdachte tot een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en doet opnieuw recht. De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €2.800, waarvan €1.300 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij gebreke van betaling wordt de boete vervangen door 38 dagen hechtenis, respectievelijk 23 dagen voor het voorwaardelijke deel.

Daarnaast is de verdachte ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De ontzegging wordt verminderd met de periode waarin het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden. De geldboete kan in 15 termijnen van €100 worden voldaan.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €2.800 en ontzegging rijbevoegdheid van acht maanden, deels voorwaardelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-268626-20
parketnummer hoger beroep : 23-002168-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 oktober 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
gepleegd
op 16 oktober 2020 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 20 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Ten aanzien van het bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 2.800,00 (tweeduizend achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
38 (achtendertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot
€ 1.300,00 (duizend driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
15 (vijftien) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.
mr. N.A. Schimmel