ECLI:NL:GHAMS:2021:3324

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2021
Publicatiedatum
3 november 2021
Zaaknummer
23-002237-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107, eerste lid Wvw 1994Art. 359 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening bij rijden zonder rijbewijs

De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam wegens rijden zonder rijbewijs. Het vonnis werd pas op 2 juli 2021 persoonlijk aan de verdachte betekend. Volgens de wet moest het hoger beroep binnen veertien dagen na betekening worden ingesteld, maar de verdachte diende het hoger beroep pas op 5 augustus 2021 in, wat te laat was.

Het gerechtshof Amsterdam heeft daarom het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. De niet-ontvankelijkheid houdt in dat het hof niet inhoudelijk op de zaak is ingegaan vanwege het niet naleven van de wettelijke termijnen.

De beslissing werd genomen door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier L.M. van Leeuwen. De procedure bevestigt het belang van tijdige beroepsinstelling in strafzaken en de gevolgen van het niet naleven van deze termijnen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens te late indiening.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-243989-19
parketnummer hoger beroep : 23-002237-21
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 oktober 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2020 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting te Alpen aan den Rijn.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 12 oktober 2020 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is de verdachte niet in persoon betekend.
De verdachte is op 12 oktober 2020 bij verstek veroordeeld, waarna het vonnis op 2 juli 2021 in persoon aan de verdachte is betekend.
Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 5 augustus 2021.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin
niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.
mr. N.A. Schimmel