ECLI:NL:GHAMS:2021:3396
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak
Verzoeker had een strafzaak wegens vernieling van een slagboom waarbij zijn auto betrokken was. De zaak werd geseponeerd nadat de aangever schadeloos was gesteld. Verzoeker vorderde vergoeding van kosten rechtsbijstand voor de strafzaak en de procedures daaromtrent.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de kosten mede te wijten waren aan de eigen proceshouding van verzoeker, onder meer omdat zijn verweer door camerabeelden werd weerlegd en de kosten deels niet aan de strafzaak gerelateerd waren. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht en op goede gronden had beslist en wees het hoger beroep af.
Het hof kende slechts een beperkte vergoeding van €280 toe voor kosten in hoger beroep. De beslissing benadrukt dat vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro afhankelijk is van billijkheid en dat eigen schuld of proceshouding van de verzoeker een rol speelt.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 9 november 2021.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en kent een beperkte vergoeding van €280 toe.