ECLI:NL:GHAMS:2021:3444

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2021
Publicatiedatum
11 november 2021
Zaaknummer
23-001017-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 92 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak primair tenlastegelegde en veroordeling voor subsidiaire verkeersovertreding

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Noord-Holland inzake een verkeersovertreding gepleegd op 3 juli 2018 te Haarlem. De verdachte werd primair beschuldigd van een overtreding van artikel 20 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Het hof heeft het primair tenlastegelegde niet bewezen verklaard en de verdachte daarvan vrijgesproken. Wel werd het subsidiair bewezenverklaarde, eveneens een overtreding van artikel 20 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, vastgesteld.

De straf bestaat uit een geldboete van €750, te voldoen in vijf termijnen van €150 per maand, een hechtenisstraf van 15 dagen die bij niet-betaling vervangen wordt door geldboete, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden. Tevens is de verdachte voor twee jaren ontzegd de rijbevoegdheid te verkrijgen, met een proeftijd waarin de bijkomende straf niet ten uitvoer wordt gelegd tenzij de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De verdachte en de advocaat-generaal hebben afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan, waarmee de uitspraak definitief is geworden.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair tenlastegelegde en veroordeeld tot geldboete, hechtenis en ontzegging rijbevoegdheid voor subsidiaire verkeersovertreding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-260122-18
parketnummer hoger beroep : 23-001017-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 oktober 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 22 maart 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde in artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Gepleegdop 3 juli 2018 te Haarlem.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 20 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Ten aanzien van het onder subsidiair bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
5 (vijf) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 150,00 (honderdvijftig euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van mr. A. de Wit, griffier.
mr. N.A. Schimmel
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.