ECLI:NL:GHAMS:2021:3483

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
23-001272-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 lid 6 WVW 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens belediging ambtenaar en overtreding Wegenverkeerswet

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in Rotterdam voor meerdere feiten, waaronder overtreding van artikel 163 lid 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening.

In hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen bepaalde tenlasteleggingen. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het oordeel onder haar verantwoordelijkheid viel en deed in die zin opnieuw recht.

De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €750, een hechtenisstraf van 15 dagen, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vijf maanden. Tevens werd de ontzegging voor twee jaren opgelegd voor het onder 2 bewezenverklaarde feit, maar de tenuitvoerlegging daarvan werd opgeschort onder voorwaarde van een proeftijd.

De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd door het hof afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het vonnis werd gewezen door rechter K.J. Veenstra, in aanwezigheid van griffier C. Roseboom.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboete, hechtenis en ontzegging rijbevoegdheid met opschorting van bijkomende ontzegging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 10-155374-19
parketnummer hoger beroep : 23-001272-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van
13 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 15 januari 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.
gepleegd
feit 2:
op 23 oktober 2018 te Dordrecht;
feit 3:
op 23 oktober 2018 te Dordrecht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 en 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Gewezen door mr. K.J. Veenstra, in bijzijn van mr. C. Roseboom, griffier.
mr. K.J. Veenstra