ECLI:NL:GHAMS:2021:3494
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkoop lachgas op ventplaats
De verdachte stond terecht voor het ten laste gelegde feit dat hij op of omstreeks 27 juli 2019 op het Rembrandtplein in Amsterdam lachgasballonnen zou hebben verkocht, wat verboden is op die locatie. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete wegens overtreding van het ventverbod.
Tijdens het hoger beroep stelde de verdachte dat de koop van het lachgas uitsluitend online tot stand kwam en dat de aflevering op de locatie slechts de levering betrof, niet de verkoop. Het hof nam deze stelling over en oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de verkoop op de locatie zelf had plaatsgevonden.
Het hof overwoog dat volgens artikel 7:1 BW Pro de koopovereenkomst tot stand komt door wilsovereenstemming, die hier online is bereikt. De aflevering op de locatie betekent niet dat de verkoop daar is voltooid. Hierdoor is niet bewezen dat de verdachte het ventverbod heeft overtreden.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkoop lachgas op de verboden locatie.