ECLI:NL:GHAMS:2021:3494

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 november 2021
Publicatiedatum
15 november 2021
Zaaknummer
23-000907-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 BWArt. 395a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkoop lachgas op ventplaats

De verdachte stond terecht voor het ten laste gelegde feit dat hij op of omstreeks 27 juli 2019 op het Rembrandtplein in Amsterdam lachgasballonnen zou hebben verkocht, wat verboden is op die locatie. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete wegens overtreding van het ventverbod.

Tijdens het hoger beroep stelde de verdachte dat de koop van het lachgas uitsluitend online tot stand kwam en dat de aflevering op de locatie slechts de levering betrof, niet de verkoop. Het hof nam deze stelling over en oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de verkoop op de locatie zelf had plaatsgevonden.

Het hof overwoog dat volgens artikel 7:1 BW Pro de koopovereenkomst tot stand komt door wilsovereenstemming, die hier online is bereikt. De aflevering op de locatie betekent niet dat de verkoop daar is voltooid. Hierdoor is niet bewezen dat de verdachte het ventverbod heeft overtreden.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkoop lachgas op de verboden locatie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000907-21
datum uitspraak: 9 november 2021
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 18 maart 2021 in de strafzaak onder parketnummer
96-243199-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 oktober 2021.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 27 juli 2019 in de gemeente Amsterdam op het Rembrandtplein, op een door het college verboden plaats, in de uitoefening van de ambulante handel goederen te koop heeft aangeboden, heeft verkocht of afgegeven, dan wel diensten heeft aangeboden, immers heeft hij, verdachte, (een) ballon(nen) (met daarin lachgas) verkocht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 140 euro, te vervangen door twee dagen hechtenis.

Vrijspraak

De verdachte heeft gesteld dat het lachgas dat hij verkocht uitsluitend online kon worden besteld en dat door acceptatie van die bestelling de koopovereenkomst tot stand is gekomen. Dat vervolgens de aflevering heeft plaatsgevonden op de ten laste gelegde locatie maakt hiervoor geen verschil.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting primair betoogd dat de ten laste gelegde verkoop is voltooid door de afgifte van het bestelde op de tenlastegelegde locatie, met als gevolg dat de verkoop daar heeft plaatsgevonden en de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van het ventverbod.
Bij gebreke van voldoende aanwijzingen in andere zin moet ervan worden uitgegaan dat aanbod en aanvaarding online tot stand zijn gekomen en dat slechts de aflevering van het bestelde op de ten laste gelegde plaats heeft plaatsgevonden. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat er naast deze wijze van vooraf ‘online’ verkoop van lachgas ook ter plaatse (direct) verkoop van lachgas heeft plaatsgevonden.
Volgens artikel 7:1 van Pro het Burgerlijk Wetboek is koop de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen. Door deze wilsovereenstemming komt de koopovereenkomst tot stand. De opvatting van de advocaat-generaal dat de afgifte van het bestelde lachgas op de ten laste gelegde plaats heeft plaatsgevonden en dat daardoor de koop pas is voltooid, heeft dus geen wettelijke grondslag. Weliswaar bestaat de mogelijkheid dat aan bepaalde termen afkomstig uit het civiele recht in het strafrecht een andere betekenis toekomt, maar in dit geval bestaat onvoldoende aanleiding van de civielrechtelijke betekenis af te wijken.
Aldus is niet bewezen dat de verdachte op de ten laste gelegde locatie “(een) ballon(nen) (met daarin lachgas) verkocht” heeft. Hij zal dus van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.D.L. Nuis en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van
mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 november 2021.
=========================================================================
[…]