De verdachte werd beschuldigd van het witwassen van een contant geldbedrag van ongeveer €12.735 dat hij op Schiphol bij zich had. Het Openbaar Ministerie stelde dat het geld afkomstig was uit een misdrijf, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen.
De verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was van een lening die hij in Colombia had afgesloten. Ter ondersteuning werden stukken overgelegd, waaronder een leningsovereenkomst, valutawisselbewijzen en verklaringen van valutahandelaren. Deze verklaring werd door het hof als concreet, min of meer verifieerbaar en niet onwaarschijnlijk beoordeeld.
Het hof oordeelde dat het aan het Openbaar Ministerie was om nader onderzoek te doen naar de herkomst van het geld, maar dat dit niet voldoende was gebeurd. Daardoor kon niet worden vastgesteld dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd gelast het in beslag genomen geldbedrag aan de verdachte terug te geven.