ECLI:NL:GHAMS:2021:3530
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming na vrijspraak
Het openbaar ministerie vorderde in eerste aanleg ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €32.362,12 van de betrokkene. De politierechter sprak de betrokkene vrij van het ten laste gelegde en wees de ontnemingsvordering af. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen beide vonnissen.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep en bevestigde de vrijspraak van de betrokkene. Gezien deze vrijspraak verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het arrest is gewezen na onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en eerste aanleg, waarbij het hof kennisnam van de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van de betrokkene en diens raadsman. De beslissing houdt in dat het openbaar ministerie geen aanspraak kan maken op ontneming in deze zaak.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak van de betrokkene.