ECLI:NL:GHAMS:2021:3531

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
16 november 2021
Zaaknummer
23-001391-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak voor bezit hennep ondanks aanwijzingen van betrokkenheid

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was vrijgesproken voor het bezit van een hoeveelheid hennep. Ondanks aanwijzingen voor mogelijke betrokkenheid bij de hennep boven de garage van verdachte, concludeerde het hof dat er onvoldoende bewijs was om strafrechtelijke betrokkenheid aan te tonen.

Het openbaar ministerie had een geheel voorwaardelijke taakstraf van 80 uur geëist, te vervangen door 40 dagen hechtenis, maar het hof sloot zich aan bij de eerdere vrijspraak. Daarnaast lag er conservatoir beslag op een BMW en een geldbedrag van €19.600,- die in de garage van verdachte waren aangetroffen. Het hof besloot hierover geen beslissing te nemen, anders dan de advocaat-generaal had gevorderd.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 november 2021, waarbij het vonnis van de politierechter werd bevestigd met aangepaste motivering.

Uitkomst: Vrijspraak bevestigd wegens onvoldoende bewijs van strafbare betrokkenheid bij hennepbezit.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001391-20
Datum uitspraak: 3 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer
13-706460-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uur, te vervangen door hechtenis van 40 dagen, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de bij de garage van de verdachte aangetroffen BMW en het daarin aangetroffen geldbedrag van € 19.600, die beide onder conservatoir beslag liggen, aan de verdachte worden teruggegeven.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de gronden als volgt wijzigt.
Hoewel het hof, met de politierechter, aanwijzingen ziet van mogelijke betrokkenheid van de verdachte bij de boven zijn garage aangetroffen hennep, ontbreekt voor die betrokkenheid in strafrechtelijk te duiden zin voldoende bewijs.

Beslag

Onder de verdachte is een auto op zijn naam, merk BMW 525 D, kenteken [kenteken] en een daarin verborgen geldbedrag van € 19.600,00 in beslag genomen. Deze goederen liggen onder conservatoir beslag. Het hof zal dientengevolge daarover, anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, geen beslissing nemen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.D.L. Nuis en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 november 2021.