ECLI:NL:GHAMS:2021:3535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling poging diefstal in vereniging door middel van braak
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd inzake de poging tot inbraak in vereniging door middel van braak. De verdachte werd kort na het delict aangehouden, waarbij overeenkomsten werden vastgesteld tussen zijn kleding en die van een van de daders die door getuigen en verbalisanten werden waargenomen.
De bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, waarnemingen van verbalisanten en foto’s van de verdachte, tonen aan dat de verdachte deel uitmaakte van een groep van drie personen die zich verdacht gedroegen rond het bedrijfspand. De verdachte droeg lichte handschoenen die overeenkwamen met sporen in het pand, en vertoonde lichamelijke kenmerken zoals hevig transpireren die duidden op betrokkenheid.
Het hof kwalificeerde de betrokkenheid van de verdachte als medeplegen, omdat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking binnen de groep, ondanks dat niet precies kon worden vastgesteld wie welke handelingen verrichtte. De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor zijn aanwezigheid. Op grond hiervan werd het tenlastegelegde medeplegen bewezen verklaard en het vonnis bevestigd.
De strafgrondslag berust op diverse artikelen van het Wetboek van Strafrecht, waaronder die betreffende diefstal, medeplegen en poging. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 november 2021.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging diefstal in vereniging door middel van braak.