ECLI:NL:GHAMS:2021:3537
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging diefstal in vereniging door middel van braak wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd verdacht van poging diefstal in vereniging door middel van braak in een bedrijfspand te Amsterdam op 12 juni 2019.
De tenlastelegging betrof het inslaan van een ruit en het plegen van een poging tot diefstal van goederen uit het pand van een bedrijf. Hoewel er aanwijzingen waren dat drie personen zich verdacht ophielden bij het pand en camerabeelden deze drie personen toonden, kon niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat verdachte een van deze personen was.
De verklaring van een medeverdachte en het feit dat verdachte later in de buurt van het delict werd aangehouden, waren onvoldoende om zijn betrokkenheid te bewijzen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging diefstal in vereniging door middel van braak wegens onvoldoende bewijs.