Uitspraak
Onderzoek van de zaak
17 maart 2021.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd beschuldigd van het rijden onder invloed van alcohol op 2 juli 2011 te Uithoorn, waarbij het ademalcoholgehalte 695 microgram per liter was, ruim boven de wettelijke limiet van 220 microgram. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
De politierechter had eerder een geldboete van €750 en een voorwaardelijke rijontzegging van vier maanden opgelegd. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van deze straf. Het hof vernietigde echter het vonnis van de politierechter omdat dit slechts een aantekening betrof en deed opnieuw recht.
Gelet op de lange tijd sinds het feit (2011), het feit dat verdachte pas in 2019 op de hoogte werd gesteld van het verstekvonnis uit 2013, en het ontbreken van eerdere veroordelingen of nieuwe strafbare feiten, oordeelde het hof dat strafoplegging geen doel meer dient. Daarom werd beslist geen straf of maatregel op te leggen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 maart 2021, waarbij mr. N. van der Wijngaart, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A.C. Huisman zitting hadden.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd wegens ouderdom van het feit en goed gedrag.