ECLI:NL:GHAMS:2021:3841
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- F.A. Hartsuiker
- V.M.A. Sinnige
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na minnelijke schikking in strafzaak
Appellant verzocht vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak en mediation die leidde tot een minnelijke schikking waarbij hij een bedrag betaalde om strafvervolging te voorkomen. De rechtbank wees dit verzoek af wegens het ontbreken van gronden van billijkheid, aangezien de verdenking op appellant rustte en het sepot het gevolg was van de betaling.
Het hof bevestigde dat kosten voor mediation in principe voor vergoeding in aanmerking kunnen komen indien zij in rechtstreeks verband staan met de strafzaak. Echter, in deze zaak oordeelde het hof dat de minnelijke schikking en betaling van € 60.000,- om vervolging te voorkomen geen gronden van billijkheid opleveren voor vergoeding van de kosten rechtsbijstand.
Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure zelf, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, en kende daarom een vergoeding van € 280,- toe. Het hoger beroep tegen de afwijzing van de hoofdsom werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en kent alleen een beperkte vergoeding toe voor de verzoekschriftprocedure.