ECLI:NL:GHAMS:2021:3855
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende opvoedingssituatie
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de beschikkingen van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter [kind A] verleenden en verlengden. De moeder betwistte de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelde dat zij adequaat voor haar dochter kon zorgen. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader onderschreven de noodzaak van de maatregel vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie.
De feiten toonden aan dat [kind A] gedragsproblemen vertoonde en dat de opvoedingssituatie bij de moeder onveilig was door gebrek aan structuur en continuïteit. Observaties van Family Supporters bevestigden deze zorgen en adviseerden een gezinsopname om de opvoedvaardigheden van de moeder te onderzoeken. De moeder werkte aanvankelijk niet mee aan een gezinsopname, waarna [kind A] met spoed werd uithuisgeplaatst.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing aanwezig waren en dat de machtiging terecht was verleend en verlengd. Het belang van nader psychologisch onderzoek naar de draagkracht van de moeder werd onderstreept. De moeder verklaarde bereid te zijn hieraan mee te werken. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikkingen en gaf de moeder in overweging onvoorwaardelijk mee te werken aan een gezinsopname zodra dit mogelijk is.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige [kind A] is terecht verleend en verlengd; nader psychologisch onderzoek naar de draagkracht van de moeder is noodzakelijk.