ECLI:NL:GHAMS:2021:3856
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens zorgelijke thuissituatie
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikkingen van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar zoon [kind B] verleenden en verlengden. De GI had de machtiging aangevraagd vanwege ernstige zorgen over de verzorging en opvoeding van [kind B], die gedragsproblemen en een ontwikkelingsachterstand vertoont.
Het hof heeft de rapportage van Family Supporters en de adviezen van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken in haar beoordeling. Uit de observaties blijkt dat de moeder niet consistent en adequaat reageert op de kinderen, wat leidt tot een onveilige opvoedsituatie. De moeder erkent de problemen bij [kind B] maar bestrijdt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is.
Het hof oordeelt dat de gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn en dat de machtiging terecht is verleend en verlengd. Het belang van het kind staat voorop. Het hof acht nader psychologisch onderzoek van de moeder noodzakelijk om de draagkracht en opvoedvaardigheden te beoordelen alvorens een eventuele gezinsopname kan plaatsvinden. De moeder heeft toegezegd aan dit onderzoek mee te werken. De bestreden beschikkingen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en verlenging daarvan van [kind B] en acht nader psychologisch onderzoek van de moeder noodzakelijk.