ECLI:NL:GHAMS:2021:3882
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling tussen vader en minderjarige dochter
De zaak betreft een verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, die sinds het beëindigen van het gezamenlijk gezag bij de moeder verblijft. Na meerdere eerdere procedures en onderzoeken, waaronder begeleide omgangsmomenten, is het contact tussen vader en dochter beperkt en problematisch verlopen.
De moeder en de gecertificeerde instelling (GI) uiten ernstige zorgen over de veiligheid van het kind bij de vader, mede vanwege een geschiedenis van mishandeling en het dreigende gedrag van de vader. De moeder is niet in staat emotionele toestemming te geven voor omgang, wat essentieel wordt geacht voor het welzijn van het kind. De vader heeft onvoldoende inzicht getoond in zijn gedrag en de impact daarvan.
Het hof concludeert dat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Ondanks eerdere hulpverleningstrajecten en ondertoezichtstelling is er geen uitzicht op verbetering. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader af, waarbij wordt benadrukt dat deze afwijzing tijdelijk is en partijen worden aangemoedigd de belemmeringen te blijven adresseren.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling af en bekrachtigt de eerdere beschikking.